062 - Berthe Bogers

17-8-00 7:29:48 -0400 (EDT)

Childhood

Van de dromen die ik als kind had, herinner ik me vooral dat ze tamelijk magisch waren. Soms kwam er ook echt een sprookjesfiguur als een goede fee in voor, maar met magisch bedoel ik met name de sfeer, ook in nachtmerries. De mensen en dingen en plaatsen in mijn dromen kende ik meestal wel, maar er was vaak iets "anders" dat ik niet kon (en kan) definieren in de droom. Niet zozeer een aanwezigheid, als wel een gevoel van "in een andere wereld zijn". Dat is denk het het grootste verschil met mijn dromen van nu: de andere wereld die ik in mijn dromen betreed, is me veel vertrouwder qua sfeer (niet per se qua figuren en locaties).

Turning point

Ik heb altijd van mijn dromen gehouden en was vanaf het begin gefascineerd door die wereld van beelden en gevoelens en sferen. Vanaf mijn 17 ongeveer ben ik mijn dromen steeds structureler gaan opschrijven - misschien omdat dat een nogal roerige periode was en mijn dromen me ook een vorm van afleiding, een vluchtmogelijkheid gaven. Ik heb ze in het begin zeker niet bewust gezien als mogelijke bron van informatie over hoe ik met bepaalde zaken in mijn leven zou kunnen omgaan of hoe ik onbewust tegen sommige dingen aankeek. Ik hield gewoon van dromen zoals ik van sprookjes en mythen hield, om de indirecte, tot de verbeelding sprekende taal, het ongrijpbare, speelse en magische van de symbolen (zo ervoer ik het tenminste).

Wel ben ik op een gegeven moment boeken over dromen gaan lezen (Eerst 'Dromen, sprookjes en mythen' van Erich Fromm en later 'De positieve kracht van het dromen' van Ann Faraday), waardoor mijn interesse erg werd gestimuleerd. Dat is, denk ik, wel een keerpunt geweest. Omdat leren door studie me ligt, begon ik steeds meer boeken te lezen en dit wakkerde weer het verlangen aan om meer met mijn dromen te doen dan ze opschrijven. Dus paste ik van alles toe dat ik in de boeken had gelezen (aanvankelijk vooral de 'mentale' technieken, door de droomcursussen die ik later ging doen ook creatieve methoden als schilderen, uitspelen, gedicht maken van een droom) en ging uiteindelijk een droomleerjaar doen (cursus in de buurt). Enzovoort enzovoort.

Definition

Als ik dromen al definieerde, deed ik dat niet bewust, maar terugkijkend denk ik dat dromen voor mij lange tijd een veilig privedomein zijn geweest (totdat ik Mutual Dreaming van Linda Lane Magallon las...) waarin ik me terug kon trekken. Jung heeft me altijd veel meer aangesproken dan Freud, die ik erg beperkt vond. Dromen zijn voor mij ook een poort naar, inderdaad, andere realiteiten, hoe die ook gedefinieerd zijn. Het maakt mij niet zoveel uit of die andere realiteiten "echt" zijn of "symbolisch", hoewel ik meer in de symbolische hoek zit. De neurologisch kant van dromen neem ik eerlijk gezegd voor kennisgeving aan, dat is meer een kwestie van pure kennis die me alleen rationeel aanspreekt.

Overigens beschouw ik nu, itt vroeger, iemand die overleden is en die in mijn dromen voorkomt (soms) ook als meer dan alleen een symbool van wat ik over die persoon vond e.d.). Rond het overlijden van mijn vader en ook in de tijd daarna heb ik vaak van hem gedroomd op een manier waarbij ik het gevoel had dat naast de symbolische laag of de dagrestenlaag enz er ook iets was van daadwerkelijke communicatie tussen hem en mij.

Now

Belangrijkste voordelen van dromen in mijn ervaring: plezier en informatie (op allerlei gebieden).

Dromen zijn voor mij een (vrijwel) dagelijkse bron van plezier - het is nog steeds zo dat ik vooral geniet van mijn dromen, ongeacht de inhoud of vorm. Het waarom vind ik lastig te benoemen. Waarom is iemand gek op ijs of chocola of katten? Dromen nemen een grote plaats in in mijn leven, maar ik weet nog niet altijd een goede uitdrukkingsvorm voor mijn fascinatie te vinden, waardoor het soms een beetje theoretisch blijft allemaal.

In de loop der tijd heb ik wel verschillende methoden geleerd om met mijn dromen om te gaan en een aantal daarvan pas ik graag toe.

Definitie van dromen: nog altijd tamelijk onbewust. Ik ga actiever met mijn dromen om dan vroeger en beschouw ze, of beter: mijn 'droombron', veel meer als een zelfstandig (zij het niet van mij afgescheiden) wezen, als iemand waarmee ik direct kan communiceren, ook al spreken we een ander dialect. In tegenstelling tot vroeger stel ik nu soms heel gericht een vraag aan mijn droombron en inderdaad, er komt altijd wel een antwoord waar ik iets mee kan. Ik ervaar mijn dromen nu veel bewuster als belangrijk, niet meer als vluchtheuvel (hoewel mijn droomwereld nog steeds voor een groot deel prive is) en vind het niet alleen leuk, maar ook belangrijk om vorm te geven aan mijn plezier in dromen, omdat ik geloof dat het uitdrukken in het dagleven de kracht van de droomwereld pas echt tot zijn recht doet komen.



Return to the results page.